Handel verantwoordelijk:

  • Medewerker competentieprofiel 1.
  • Medewerker competentieprofiel 2.
  • Medewerker competentieprofiel 4 in geval van agressie van mogelijke pleger naar medewerker en/of cliënten.

Advies verantwoordelijk:

  • Medewerker competentieprofiel 3.

Acties:

  1. Voer gesprekken met betrokkene(n) tijdens het volgen van de meldcode.
  2. Bedenk wie er betrokken worden en let hierbij op gezaghebbende ouder, voogd, mentor of curator.
  3. Voer geen gesprek zonder overleg met deskundigen als:
    • Er een rode vlag is (zie stap 1).
    • Er signalen van dwingende controle zijn.
    • Er signalen van eergerelateerd geweld, huwelijksdwang en achterlating zijn.
    • Er signalen van seksueel geweld zijn.
    • Je inschat dat door het gesprek de onveiligheid verergert voor betrokkene(n), jezelf, jouw collega’s en/of cliënten.
  4. Als je overlegt voor het gesprek vanwege het risico op gevaar:
    • Zie stap 2 voor overlegpartners.
  5. Bespreek welke veiligheidsafspraken nodig zijn om het gesprek te kunnen voeren.
  6. Is het risico op onveiligheid te groot, dan kun je onderbouwd afzien van een gesprek.
  7. Informeer betrokkene(n) zodra dat zinvol en mogelijk is zonder gevaar voor de veiligheid.
  8. Bereid de gesprekken voor.
  9. Ga in stap 1 in gesprek met betrokkene(n):
    • Geef het doel van het gesprek aan.
    • Deel de signalen en zorgen.
    • Vraag of betrokkene(n) de signalen en zorgen herkent.
    • Vang eventuele emoties op.
    • Geef aan of je gaat overleggen en zo ja, met wie.
    • Maak duidelijke afspraken over het vervolg.
  10. Ga in stap in gesprek met betrokkene(n):
    • Deel de uitkomsten van het overleg.
    • Maak duidelijke afspraken over het vervolg.
  11. Ga in stap / in gesprek met betrokkene(n):
    • Geef het doel van het gesprek aan.
    • Deel de signalen en zorgen.
    • Deel de uitkomst van overleg uit stap .
    • Deel de resultaten van de afspraken die gemaakt zijn in de vorige stappen.
    • Vraag of betrokkene(n) hulp willen en bespreek wat effectieve en passende hulp is.
    • Geef aan als je een melding bij Veilig Thuis gaat doen.
    • Vertel wat er gebeurt na de melding bij Veilig Thuis.
    • Vang eventuele emoties op.
    • Maak duidelijke afspraken over het vervolg.
  12. Leg vast in het dossier:
    • Het doel van het gesprek.
    • De signalen en zorgen.
    • Of de betrokkene(n) de signalen en zorgen herkent.
    • De uitkomsten van het overleg.
    • De resultaten van de gemaakte afspraken.
    • Of de betrokkene(n) hulp willen en welke hulp.
    • Of er een melding bij Veilig Thuis wordt gedaan.
    • Duidelijke afspraken over het vervolg.
    • Als je geen contact met de betrokkene(n) hebt, geef aan waarom dat zo is.
  13. Ga door naar stap 4.