Handel verantwoordelijk:

  • Medewerker competentieprofiel 1.
  • Medewerker competentieprofiel 2.
  • Medewerker competentieprofiel 4 in geval van agressie van mogelijke pleger naar medewerker en/of cliënten.

Advies verantwoordelijk:

  • Medewerker competentieprofiel 3.

Acties:

  1. Verzamel alle signalen die een vermoeden van huiselijk geweld kunnen onderbouwen of ontkrachten:
  2. Neem direct contact op met politie en/of Veilig Thuis bij één van deze rode vlag- signalen:
    • Stalking.
    • Bedreiging met de dood (richting slachtoffer of de kinderen of dreiging zelfdoding).
    • Wapenbezit of gebruik van wapens.
    • Recent gewelddadig gedrag.
    • Geweld tijdens zwangerschap.
    • Gedwongen seks.
    • Onthouden van zorg die acuut de gezondheid bedreigt.
    • Poging tot verwurging, verstikking of verdrinking.
    • Extreme angst bij het slachtoffer dat haar leven of dat van de kinderen in gevaar is.
    • Slachtoffer durft niet te spreken in de buurt van de partner en/of toont angst voor de partner.
    • Toenemende escalatie van ernst en/of frequentie van geweld.
  3. Onderbuikgevoelens zijn interpretaties van signalen die je hebt gezien, gehoord of geroken. Probeer onderbuikgevoelens terug te brengen tot feitelijke signalen.
  4. Bereid het gesprek met betrokkene(n) voor.
  5. Ga in gesprek met betrokkene(n):
    • Geef het doel van het gesprek aan.
    • Deel de signalen en zorgen.
    • Vraag of betrokkene(n) de signalen en zorgen herkent.
    • Vang eventuele emoties op.
    • Geef aan of je gaat overleggen en zo ja, met wie.
    • Maak duidelijke afspraken over het vervolg.
  6. Voer de kindcheck uit als je met kwetsbare mensen werkt die verantwoordelijk zijn voor kinderen en die een risico kunnen vormen voor de veiligheid van kinderen.
  7. Voer de mantelzorgcheck uit als je met kwetsbare mensen werkt die mantelzorger zijn en die een risico kunnen vormen voor de veiligheid van degene aan wie mantelzorg wordt verleend.
  8. Leg vast in het dossier:
    • Feitelijke signalen en zorgen.
    • Met wie een gesprek is gevoerd.
    • De reactie van betrokkene(n) en/of diens vertegenwoordiger op de signalen en zorgen.
    • Afspraken over het vervolg.
  9. Ga door naar stap 2.