Wat zijn redenen om wel en niet in gesprek te gaan?
De aanleiding om met een kind of zorgafhankelijke volwassene te willen praten kan uiteenlopen. Soms begint een kind of zorgafhankelijke volwassene zelf te vertellen over problemen thuis. Soms is het een opmerking die een kind of zorgafhankelijke volwassene ‘tussen neus en lippen door’ maakt, die je aan het denken zet.
Anderen kiezen een omweg en schrijven een opstel of maken een tekening waarbij je vraagtekens plaatst. En weer anderen zenden allerlei signalen uit die je een sterk ‘niet-pluisgevoel’ geven.
Of het kind of zorgafhankelijke volwassene nu direct of indirect vertelt over de thuissituatie, het heeft een grote stap gezet door angst, loyaliteit en schaamte opzij te zetten. Om te voorkomen dat het weer in zijn schulp kruipt, is een positieve en ondersteunende reactie essentieel.
Het belang van het kind of zorgafhankelijke volwassene moet altijd voorop staan in het gesprek.
Zinvolle redenen om in gesprek te gaan:
- Het kind of zorgafhankelijke volwassene wil zich uiten en vertelt.
- Het kind of zorgafhankelijke volwassene zoekt steun en vertelt.
- Het kind of zorgafhankelijke volwassene zoekt hulp en vertelt.
Er zijn echter ook redenen waarmee je het vertrouwen van het kind of zorgafhankelijke volwassene kunt beschadigen of waarmee je het belast. Mishandelde kinderen en zorgafhankelijke volwassenen hebben het al moeilijk genoeg. Zorg ervoor dat jij als volwassene de situatie niet nog erger maakt. Heb je geen goede reden om in gesprek te gaan? Ga dan niet in gesprek. Je mag bijvoorbeeld nooit in gesprek gaan met een kind of zorgafhankelijke volwassene omdat jij wilt weten hoe de situatie thuis is en of er sprake is van onveiligheid.
Oneigenlijke redenen om in gesprek te gaan:
- “Ik wil graag weten wat er aan de hand is en ik vraag het kind uit. Zo wordt de situatie voor mij helder.”
- “Ik moet de meldcode volgen, maar ik durf geen stappen te zetten. Ik probeer eerst de kwetsbare oudere uit te horen; misschien valt het wel mee.”
- “Ik ben bang voor de agressie van de mantelzorger, dus ik vraag de volwassene met verstandelijke beperking uit. Pas als ik zekerheid heb, onderneem ik verdere stappen. Ik kan dan aangeven dat ik de signalen van de persoon zelf heb gehoord.”